16 okt 2013

De wind is van iedereen ?

Ook in het dossier windenergie gaan we binnenkort weten waar ons gemeentebestuur zijn prioriteiten legt en welke belangen primeren : partijpolitiek of burger. Hieronder doet de coöperatie "Bronsgroen" de problematiek uit de doeken.Projectontwikkelaars van windparken ontwikkelden aan hen gebonden coöperaties waarin burgers financieel kunnen participeren, wat recht geeft op een jaarlijks dividend. Deze vorm van participatie komt overeen met een soort groen spaarboekje.

In dergelijke financiële constructies worden burgers gereduceerd tot beleggers. Zij worden geen eigenaar van hun eigen (stukje) windturbine, maar hun coöperatie geeft enkel een lening aan een windturbinebedrijf dat daarmee bij de banken geld ophaalt en windturbiness bouwt. De coöperatie en haar leden zijn dus niet de eigenaar van het project, hebben niets te vertellen over het beleid van de projectontwikkelaar, zijn geen eigenaar van de opgewekte stroom en kunnen die dan ook niet leveren aan de coöperanten. Hun spaargeld levert wat dividend op, maar de grote winsten gaan naar de projectontwikkelaars.

Deze vorm van participatie mag dan wel mooi ogen, maar leidt tot een toenemende dualisering in de samenleving. Het zijn vooral mensen die kunnen en willen investeren die hier in stappen, niet in de eerste plaats mensen die greep willen krijgen op hun eigen energievoorziening. Bovendien is het niet onlogisch dat dit vooral de middenklasse bereikt. Mensen die al wonen in energiezuinige huizen ? degelijk geïsoleerd, zuinige verwarmingsketel, vaak zonnepanelen ? kopen aandelen, en halen er een dividend uit.

Het resultaat is een toenemende kloof met de gezinnen in energiearmoede die wonen in energieverslindende (huur)huizen (slecht geïsoleerd, oude ketel, geen zonnepanelen), en die geen spaargeld op overschot hebben om aandelen te kopen.

Energiecoöperaties kunnen deze kloof wél helpen dichten

Energiecoöperaties die willen bijdragen tot een echte duurzame samenleving, hebben de maatschappelijke plicht om vooruit te kijken en diensten te ontwikkelen die burgers een billijke energiefactuur opleveren, en om gezinnen in energiearmoede te helpen bij het energiezuiniger maken van hun woning.
Om deze sociale opdracht te vervullen, moeten energiecoöperaties voldoende opbrengsten kunnen genereren, om die vervolgens voor een stuk te herverdelen.

Rechtstreekse participatie is dé hefboom voor democratische en sociale energiecoöperaties

Rechtstreekse participatie zorgt ervoor dat de coöperatie zelf eigenaar wordt van de windturbines en de geproduceerde stroom, en dat de coöperanten zelf kunnen beslissen hoe de winsten worden verdeeld onder de coöperanten/gebruikers. De controle over de geproduceerde stroom zal ervoor zorgen dat de gebruikers in de coöperatie een rechtvaardige prijs betalen voor de groene stroom van hun eigen windturbines. De coöperanten hebben namelijk alle belang bij een stroomprijs die betaalbaar is. Op voorwaarde dat niet de winst in geld maar de maatschappelijke meerwaarde centraal staat, zoals dat hoort bij echte coöperaties.

Goede voorbeelden

In Wallonië moeten projectontwikkelaars tot 50% van hun windpark openstellen aan lokale burgercoöperaties en overheden. Het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen besliste onlangs dat projectontwikkelaars verplicht zijn om 20% van hun project te delen met energiecoöperaties die burgers rechtstreeks laten participeren en de gemeentebesturen. In Duitsland werden vorig jaar 150 energiecoöperaties opgericht die burgers rechtstreeks laten participeren.
De provincie Limburg kan als ambitieuze en duurzame provincie niet achterblijven.

Bronsgroen vraagt dat de provincie Limburg in een charter aan de projectontwikkelaars oplegt om per windpark 50% van de windmolens open te stellen voor rechtstreekse participatie van burgers en lokale overheden. Alleen zo zal de lokale gemeenschap haar eigen windmolens kunnen bezitten, ze zelfstandig exploiteren én een sociale rol kunnen spelen voor gezinnen in energiearmoede.

Achtergrondinformatie

Bronsgroen heeft vernomen dat het Limburgse provinciebestuur in het najaar van 2013 wil uitpakken met een "gentleman's agreement" van het provinciebestuur met windmolenprojectontwikkelaars, waarin staat dat zij zich engageren om burgers financieel te laten participeren in hun windmolenpark(en) in Limburg. Dit is al een eerste stap in de goede richting, maar volstaat niet om burgers volwaardig te laten participeren in de windmolens in hun regio. Alleen via rechtstreekse participatie van burgers kunnen de vruchten van windenergie maximaal bij die burgers terechtkomen en kunnen de winsten optimaal herverdeeld worden.

Coöperaties komen tegemoet aan een bepaalde maatschappelijke nood

Coöperaties worden doorgaans door, of minstens samen met, burgers opgericht om te voldoen aan een bepaalde maatschappelijke nood. Zo hebben vorige eeuw de vakbonden bakkerscoöperaties opgericht, zodat hun leden betaalbaar brood konden kopen bij de coöperatie. Om dezelfde reden vinden wij dat vandaag, met stijgende energieprijzen en toenemende energiearmoede, de eerste maatschappelijke opdracht van energiecoöperaties erin moet bestaan om energie aan een betaalbare prijs te kunnen leveren aan hun coöperanten. Een dividend voor coöperanten is mooi meegenomen, maar mag niet de hoofddoelstelling zijn.

Financiële participatie: coöperatie (top-down) geeft achtergestelde lening aan bedrijf

Veel private of publiek-private projectontwikkelaars, met het statuut van een NV (Naamloze Vennootschap), hebben vanachter het bureau van een medewerker of extern adviesbureau een coöperatie opgericht zonder dat daar één burger aan te pas kwam. Deze top-down coöperaties maken inderdaad mogelijk dat burgers financieel kunnen participeren, maar de coöperatie wordt geen eigenaar van een deel van het windmolenpark. De coöperatie geeft wel een achtergestelde lening aan de NV, die daardoor gemakkelijker geld kan ophalen bij banken om met dat geld dan windturbines te bouwen. Deze constructie oogt misschien wel mooi, maar is verre van optimaal vanuit het standpunt van de burgers / omwonenden die investeren in dat park.

Nadeel 1: het merendeel van de winsten blijft bij projectontwikkelaars

Windenergie op het land mag volgens de Vlaamse Regering een rendement van 8% realiseren. Coöperaties die burgers enkel financieel laten participeren (zoals Limburg Wind CVBA) en het verzamelde geld vervolgens via een achtergestelde lening doorsluizen naar een projectontwikkelaar die daarmee windmolens bouwt, worden geen eigenaar van hun deel in het windmolenpark. De coöperatie ontvangt in ruil voor de lening op het einde van de rit enkel een rente, waarmee zij een dividend kan betalen aan de coöperanten.

Een rekenvoorbeeld:

  • Een grote windturbine, zoals ze vandaag gezet worden, kost 3 miljoen euro.
  • Jaarlijks wordt door de exploitant een netto rendement van 8%, dus 240.000 euro gerealiseerd.
  • Stel dat een projectontwikkelaar 20% van zijn windmolenpark openstelt voor financiële participatie door een coöperatie, dan brengen de burgers 600.000 euro samen.
  • Indien de coöperatie 4% dividend uitkeert aan zijn aandeelhouders, dan ontvangen de burgers 4% van 600.000 euro aan dividend, zodat er dus 24.000 euro van de winst bij de burgers terechtkomt.
  • De rest van de winst, 240.000 ? 24.000 = 216.000 euro ofwel 90% van de winst gaat naar de projectontwikkelaar.

Dit rekenvoorbeeld toont aan dat burgers en overheden niet tevreden moeten zijn met 20%, maar ? net zoals in Wallonië ? ernaar moeten streven om 50% van het windmolenpark in eigen handen te krijgen.

Nadeel 2: geen groene stroom voor de coöperanten

Windmolens produceren groene stroom. Coöperaties waarin coöperanten enkel financieel kunnen participeren, worden echter geen eigenaar van een deel van de windmolens in het windpark en kunnen bijgevolg ook niet over de geproduceerde groene stroom beschikken om die ter beschikking te stellen van coöperanten. Als die primaire dienst niet wordt geleverd, zijn de coöperanten alsnog verplicht om op de markt op zoek te gaan naar een leverancier van elektriciteit.
In België zijn de twee grootste leveranciers van elektriciteit, Electrabel en Luminus, allebei in handen van buitenlandse aandeelhouders: Electrabel is een dochter van Gaz De France-Suez en Luminus is een dochter van EDF-Luminus. Deze leveranciers moeten de belangen van hun aandeelhouders dienen en zullen dus altijd een zo hoog mogelijke prijs willen aanrekenen aan hun klanten voor de geleverde dienst. Om niet afhankelijk te moeten zijn van stroomprijzen die bepaald worden door bedrijven gericht op winstmaximalisatie, hebben burgers alle belang bij energiecoöperaties die wél stroom aan hun coöperanten kunnen leveren aan een betaalbare prijs.

Nadeel 3: De coöperanten hebben geen inspraak in het beleid van de projectontwikkelaar

Aangezien de coöperatie (bv. Limburg Wind CVBA) alleen maar een lening geeft aan de projectontwikkelaar (bv. Limburg Wind NV), heeft zij niets te zeggen over het beleid van die NV. Meebouwen aan een andere, waardegedreven economie is er niet bij.

Nadeel 4: de coöperatie is niet echt democratisch gestructureerd

In de coöperaties die zo werken, hebben de coöperanten trouwens ook maar beperkt inspraak in het beleid: in de raad van bestuur van de coöperatie zetelen niet alleen enkele vertegenwoordigers van de burgers, die door de Algemene Vergadering werden aangeduid, maar ook vertegenwoordigers van de oprichtende vennootschappen achter de projectontwikkelaar. De statuten van de coöperatie zijn vaak zo opgesteld, dat de oprichtende vennootschappen meer zitjes hebben in de raad van bestuur dan de burgers, waardoor deze laatsten nooit hun stem zullen kunnen laten doorklinken in het beleid.

Voorbeeld: achter projectontwikkelaar Limburg Wind NV zitten 4 oprichtende vennootschappen (Aspiravi, LRM, Hefboom, Nuhma), die elk één zetel hebben in de RVB van Limburg Wind CVBA. De coöperanten zelf mogen maar 3 vertegenwoordigers afvaardigen in deze RVB, waardoor ze nooit een meerderheid kunnen behalen om het beleid te sturen in de richting die de coöperanten wensen.

Rechtstreekse participatie: burgercoöperatie (bottom-up) wordt mede-eigenaar

Een burgercoöperatie heeft er echter alle belang bij om zelf rechtstreeks te investeren in een deel van het windmolenpark, want dit heeft twee belangrijke voordelen:

Voordeel 1: De opbrengsten blijven maximaal in de coöperatie

Het rekenvoorbeeld hierboven toont aan dat het leeuwendeel van de winsten naar een projectontwikkelaar gaan die soms beursgenoteerd is, en waarbij het geld dus in de zakken van anonieme aandeelhouders verdwijnt, die honderden kilometers verderop wonen. Door de volle 100% van de winsten in eigen handen te houden kan de coöperatie, na uitkering van de dividenden aan de coöperanten, de meerwinst gaan besteden aan sociaalmaatschappelijke projecten zoals het bestrijden van energiearmoede via REG-maatregelen.

Voordeel 2: Bestrijding van energiearmoede

Deze sociale component is noodzakelijk om te kunnen spreken van echte duurzame ontwikkeling, waarbij de coöperatie een bijdrage levert aan het verkleinen van de kloof tussen rijk en arm. Een maatschappij is namelijk niet gebaat bij systemen die de kloof tussen rijk en arm laten toenemen in plaats van verkleinen. Gezinnen die in energiearmoede belanden gaan vroeg of laat aankloppen bij het OCMW, dat deze mensen dan moet ondersteunen (d.i. symptoombestrijding).

Veel beter is het om de oorzaken van energiearmoede bij de wortel aan te pakken, door deze gezinnen te ondersteunen bij het energiezuiniger maken van hun woning. De meeropbrengsten van de energiecoöperatie kunnen dan, in samenwerking met partners zoals het OCMW (voor private huurders) of de sociale huisvestingsmaatschappij (voor sociale huurders), geïnvesteerd worden in het renoveren van een aantal woningen (plaatsen van isolatie, dubbel glas)

Ook in Limburg neemt de energiearmoede jaar na jaar toe. De komst van windturbineparken is net een gelegenheid om als samenleving een deel van de opbrengsten van windenergie, via burgercoöperaties, in te zetten in de strijd tegen energiearmoede; dit liefst als een rollend fonds.

Voordeel 3: de coöperatie kan de groene stroom ter beschikking stellen van coöperanten

Burgercoöperaties die met hun eigen windturbines hun eigen groene stroom produceren, zijn niet afhankelijk van marktprijzen en kunnen een prijs bepalen die rechtvaardig is en betaalbaar blijft voor de coöperanten.

Daarom is een rechtstreeks verband tussen de komst van windmolens en de impact op de energiefactuur via de stroomafnamemogelijkheid primordiaal. Windmolens dienen immers om zoveel mogelijk groene stroom te produceren en niet om zoveel mogelijk geld te maken. Zo wordt ook een link gelegd met het eigen energieverbruik én besparing gestimuleerd.

Voordeel 4: de coöperant heeft echte inspraak in het beleid

Hier neemt de burger tegelijk de rol op van ethisch investeerder, van maatschappelijk verantwoord ondernemer én van duurzame consument, en neemt daarmee zijn eigen energievoorziening in handen met volle democratische inspraak. De coöperanten duiden in de Algemene Vergadering hun vertegenwoordigers aan in de raad van bestuur van de coöperatie. Deze aangeduide bestuurders hebben er alle belang bij om voldoende inspraak te organiseren en democratie hoog in het vaandel te dragen. Anders zullen de coöperanten bij de volgende AV geen vertrouwen meer hebben in hun bestuurders en hen kunnen ontzetten uit hun mandaat.

Goede voorbeelden elders

  • Wallonië: De wind is van iedereen, een gemeengoed. 50% corrigeert de scheefgetrokken verhouding tussen het grondrecht (projectontwikkelaar en grondeigenaar) en het windrecht (overheid en burgers) en zorgt ervoor dat 50% van alle winsten ten goede komen van de gemeenschap.
  • Oost-Vlaanderen: 20% directe participatie is naar voor geschoven als compromis tussen bereidwilligheid van projectontwikkelaars en gangbare praktijken in het buitenland (Duitsland en Denemarken)

Wie is Bronsgroen?

Bronsgroen CVBA-SO is een Limburgse energiecoöperatie die ontstaan is in een sociale woonwijk in Bilzen, waar de helft van de gezinnen een budgetmeter heeft en dus zowat de duurste stroom moet betalen. Bronsgroen heeft als missie te investeren in hernieuwbare energie en via de gerealiseerde opbrengsten gezinnen in energiearmoede te helpen bij het energiezuiniger maken van hun woning. Ook Bronsgroen wil een behoorlijk dividend aan haar coöperanten geven.

Bronsgroen werkt samen met andere coöperaties die streven naar duurzame ontwikkeling in al haar facetten. Bronsgroen is geen leverancier van groene stroom, maar werkt wel samen met Ecopower, de enige coöperatieve leverancier van groene stroom in Limburg. Bronsgroen is lid van REScoop.be, de Belgische federatie van hernieuwbare energiecoöperaties, en van Coopkracht, het Vlaamse netwerk van mens- en milieuvriendelijke coöperaties.

Maatschappelijke zetel van Bronsgroen: Genutstraat 12, 3740 Bilzen

Meer info: www.bronsgroen.be      www.rescoop.be      www.coopkracht.be 

Lees ook : http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2013/04/10/de-wind-nog-niet-van-ie...

Reacties

Vennligst sjekk din e-post og klikk på lenken for å bekrefte din nye e-postadresse.